CPB ziet het glas halfvol

Gepubliceerd op 16 september 2020 om 13:12

Het Centraal Planbureau (CPB) is een stuk minder negatief over de economische vooruitzichten dan een maand geleden. De overheidsmaatregelen om de effecten van de coronacrisis te verzachten, leiden volgend jaar tot een fors mindere werkloosheid, terwijl de economische groei een fractie hoger uitkomt. De prijs voor het beleid is een aanzienlijk verder oplopen van het begrotingstekort. Een nieuw kabinet beschikt door de crisis over weinig ruimte op de begroting.

Die conclusies rollen uit de Prinsjesdagstukken van het CPB. De 'rekenmeesters van het kabinet' gaan er in de Macro Economische Verkenning (MEV) van uit dat de werkloosheid volgend jaar oploopt tot 5,9% van de beroepsbevolking. Half augustus, toen het CPB de uitgangspunten voor het beleid publiceerde, was dat nog 6,5%.

Volgens CPB-directeur Pieter Hasekamp zijn alle verschillen met de ramingen van enkele weken geleden het gevolg van de maatregelen die de overheid neemt. Het CPB heeft zijn visie op de economische ontwikkeling in die korte tijd niet aangepast.

Hogere tekorten

Het bureau gaat er nu van uit dat de economie volgend jaar met 3,5% groeit, na een krimp van 5,0% dit jaar. Half augustus ging het CPB nog uit van een krimp met 5,1% dit jaar en een groei van 3,2% in 2021.

Het prijskaartje is af te zien aan de overheidsfinanciën: voor dit jaar komt het geschatte begrotingstekort uit op 7,6% (in augustus schreef het CPB nog 7,1%), voor volgend jaar op 5,1% (eerder 4,1%). Dat leidt ook tot een sterker oplopen van de staatsschuld, tot 62,0% van het bruto binnenlands product (bbp) in 2021.

De vraag is of de extra uitgaven van de overheid aan bijvoorbeeld inkomenssubsidie de werkloosheid niet slechts tijdelijk omlaag duwt. Hasekamp denkt niet dat het in die zin misschien weggegooid geld is. 'Het is lastig precies te zeggen, maar ik ga er toch van uit dat de overheidsmaatregelen een meer permanent effect op de werkloosheid hebben en voorkomen dat er een hogere piek komt. Want voor latere jaren voorzien we toch een verder herstel.'

De maatregelen die de regering neemt om de koopkracht de verbeteren leiden er volgens het CPB toe dat deze in 2021 niet met gemiddeld 0,4% toeneemt, maar met 0,8%.

Volgend kabinet

Door de ingrijpende gevolgen van de covid-19-crisis is ook het perspectief gewijzigd voor een na de verkiezingen van maart volgend jaar aantredende nieuwe regering. De eind vorig jaar gepubliceerde verkenning voor de periode van 2022 tot en met 2025 is daarom geactualiseerd. Zoals te verwachten was, valt het beeld minder gunstig uit. Volgens Hasekamp is het perspectief wat betreft de begroting voor een nieuwe regering 'lastig' en is er 'niet veel extra ruimte voor leuke dingen'.

De houdbaarheid van de overheidsfinanciën op de langere termijn verslechtert aanzienlijk, van een houdbaarheidstekort van 0,5% van het bbp, zoals in november ingeschat, tot een tekort van 3%. Hasekamp ziet daarin geen reden om in een komende kabinetsperiode te gaan bezuinigen, ook omdat de omvang van de staatsschuld nog binnen redelijke marges blijft. 'Maar het tekort is wel hoger dan we in tijden hebben gezien. Dus als de nieuwe regering de komende jaren toch wat wil, is het verstandig om het te zoeken in een verschuiving van de uitgaven, of nieuwe uitgaven te combineren met een belastingverhoging', aldus Hasekamp.

Door de coronacrisis komt de werkloosheid in 2025 niet uit op 4,3% maar een fractie hoger op 4,5%. Een sterke terugval van de investeringen zet, ondanks het onlangs gelanceerde investeringsprogramma van de overheid, ook de productiviteitsgroei en daarmee het toekomstige groeivermogen van de economie onder druk. Dat de groei van de economie met 1,6% tot 2025 hoger uitkomt dan in november was gedacht, is slechts een gevolg van de inhaalgroei na de diepe recessie van 2020.

(Bron FD.nl & het CPB)


«   »